Voeding - 2
|
Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: Slechte groenten: prei, ui, bieslook, bonen, erwten, mais, vaste kool, spruitjes. Veel klaver geeft ook problemen, net zoals veel nat gras. Met de grasmaaier afgemaaid gras mag nooit gegeven worden in verband met gistingsgevaar (trommelzucht), geplukt, met de hand gesneden of geknipt lang gras mag wel gegeven worden. Als je een jong konijn na een paar dagen (of weken) groente wilt gaan geven moet dat opgebouwd worden. Opbouwen is heel belangrijk om diarree te voorkomen. Het opbouwen van groenvoer gaat als volgt: de eerste dag 1 stukje (bijvoorbeeld) andijvieblad ter grootte van een postzegel. De keutels van de volgende dag afwachten. Als die rond en stevig zijn, kan die dag een stuk andijvieblad ter grootte van twee postzegels gegeven worden. Weer de keutels van de volgende dag afwachten, als die goedblijven de groente verdubbelen. Wordt groenvoer niet opgebouwd maar ineens gegeven dan kan een konijn heel erg aan de diarree raken. Vooral jonge konijntjes kunnen hieraan sterven. NB. Het is af te raden om maaltijden te laten bestaan uit grote hoeveelheden van 1 soort groente. Het beste kun je van ca 5 verschillende soorten groenten een klein beetje geven. Zo eet een konijn gevarieerd net zoals in de natuur, en is er minder kans op gasbuik. Meer soorten groenten en kruiden per voerbeurt dan 5 mag natuurlijk ook, als de hoeveelheid per soort maar klein blijft. Geen maaltijd basilicum, maar 1 takje. Geen bossen selderie, maar 1 takje. Geen maaltijd andijvie, geen maaltijd venkel. Enz. enz. Alle kleine hoeveelheden bij elkaar is toch een bak vol. |







